In augustus 2023 vertrokken we op expeditiecruise naar het ongerepte noordoosten van Groenland. Samen met onze 100 landgenoten gingen we op ontdekkingstocht door één van de meest afgelegen en spectaculaire gebieden ter wereld. We trotseerden de Arctische wateren, op zoek naar indrukwekkende fjorden, eeuwenoude gletsjers, uitgestrekte ijslandschappen en een uniek dierenleven. Van imposante ijsbergen en verlaten kusten tot ontmoetingen met muskusossen, zeehonden en ijsberen: elke dag onthulde nieuwe wonderen van het Hoge Noorden. In dit verslag nemen we je mee langs de hoogtepunten van deze bijzondere Asteria Expeditions expeditiecruise.
Tekst: Johan Van Praet
Foto & video: Yan Verschueren en Didier Lammens
Dag 1
Straks vliegen we zo’n 3.000 km pal noordwaarts en laten we Groenland nog even links liggen. Het is 5 uur ’s ochtends. Gepakt en gezakt sta ik te puffen op de luchthaven van Oostende. Bij 22°C in bottines en dik gevoerde windjas inchecken raad ik niemand aan, maar als we binnen pakweg vier uren landen op Longyearbyen (78°13’ Noord) zullen de extra laagjes meer dan welkom zijn.
En dat zijn ze. Het is 7°C als we op de tarmac stappen van ‘s werelds meest noordelijke bewoonde nederzetting met meer dan 1.000 inwoners. De bries voelt killer dan we gewoon zijn. “Toch zijn positieve temperaturen voor dit gebied normaal”, legt onze prof. glaciologie Frank Pattyn uit. “Dankzij de warme oceaanstromingen aan de oppervlakte van de Atlantische Oceaan.” Meer weten over de Atlantische ‘Meridional Overturning Circulation’? Vragen aan Frank.
De Nederlander Willem Barentsz was wellicht beter bestand tegen de kou toen hij in 1596 het land in zijn vizier kreeg. Hij was danig onder de indruk van de spitse bergtoppen dat hij de Noorse eilandengroep als Spitsbergen op de kaart zette. Pas in 1920, wanneer de Noren het gebied onder hun hoede nemen, doopten ze de bonte verzameling eilanden aan het einde van de wereld Svalbard, wat zoiets betekent als ‘koele kusten’. Het hoofdeiland behield de naam Spitsbergen.
Ik aai de opgezette ijsbeer naast de enige bagagetransportband. Ikke rør isbjørnen meldt het bordje – raak de ijsbeer niet aan, kom ik later te weten. Het voelt als een terminus – de sfeer, niet de ijsbeer –, een beetje het Oostende van de noordpoolcirkel. Maar dat is het allerminst. Longyearbyen ‘ontplofte’ de voorbije decennia van godvergeten stek voor avonturiers en fortuinzoekers tot place to be voor natuurliefhebbers en grensverleggers (wij dus). De minst misdadige plek in Europa – als je geen baan hebt, mag je er niet wonen – oogt grauw en troosteloos onder het stof van de eeuwenoude lokale steenkoolnijverheid. Alleen de kleurrijke houten huisjes steken schril af tegen de asbruingroene rotsflanken waarvan de toppen in de lage wolken oplossen.
We zwermen uit over de nederzetting, één langgerekte winkelstraat, die alle gemakken heeft van een modern stedelijk gebied, inclusief bruine pub. Speciaal voor ons, en in ruil voor 300 gram Leonidas-pralines, opent Peter zijn Karlsberger Pub "met 375 single malt whisky’s en een van de grootste cognaccollecties uit Noord-Europa", glundert hij. Opgeteld staan hier meer dan 1.050 ‘spirits’ (minimum 22°). “Gin en rum stootten cognac van de meest trendy plaats.”
Ik slenter verder de zachte helling omhoog, op zoek naar de herdenkingsplek voor ’s werelds bekendste ijsbeer Frost en haar welp Frosty. Als het winter was, nam ik de sneeuwscooter naar de top van de winkelstraat. Vandaag – zomer – staan de sneeuwscooters per dozijn op paletten tussen de huizen geparkeerd. De 17-jarige wijfjesbeer en haar nakomelingen braken regelmatig binnen in hutten op zoek naar voedsel. En soms loopt de spanning tussen mens en beer uit de hand. Enkele maanden terug werden moeder en jong door enkele Spitbergers uit een nabij gelegen vallei de dood ingejaagd.

